DCCT: het onderzoek achter de streefwaarden

Redactie van diabetestype1.nl • 3 July 2017
shrine20170630-25941-8sgkl0.jpg

Wie heeft de ideale bloedsuikerwaarden voor diabetes type 1 bedacht? Het komt allemaal voort uit het legendarische DCCT/EDIC-onderzoek. Dit bewees de voordelen van een scherpe instelling.

Iedereen weet hoe belangrijk het is om regelmatig bloedsuiker te meten, insuline te berekenen en zoveel mogelijk gezonde bloedsuikerwaarden aan te houden. Want dat verkleint het risico op complicaties. Maar dat weten we pas sinds begin jaren negentig!

Behandelingen vergelijken

In 1983 zetten Amerikaanse wetenschappers een groot onderzoek op voor diabetes type 1: de DCCT-studie (Diabetes Control and Complications Trial). Daarmee wilden ze een nieuwe, intensieve behandeling vergelijken met de toen gebruikelijke diabetestherapie. Ze volgden bij proefpersonen het ontstaan van schade aan de kleine bloedvaten, vooral oog- en nierproblemen en neuropathie.

Bijna 23 jaar

Aan het DCCT-onderzoek begonnen in 1983 bijna anderhalf duizend mensen met diabetes type 1. Dit onderzoek duurde 10 jaar. Daar kwam nog eens 13 jaar bovenop, door een vervolg dat EDIC heette (Epidemiology of Diabetes Interventions and Complications). Bijna alle deelnemers bleven alle 23 jaar lang meedoen.

Insuline per moment bepalen

De helft van de deelnemers volgde 10 jaar lang een intensieve behandeling. Die was nieuw in die tijd maar kwam neer op wat we tegenwoordig kennen: meten, rekenen, spuiten en scherpe streefwaarden. Ook hadden zij veel contact met een team van artsen, verpleegkundigen, diëtisten en psychologen.

De andere helft van de mensen was de vergelijkingsgroep. Zij hielden zich aan de toen gebruikelijke behandeling: 2 keer per dag vaste hoeveelheden insuline spuiten, alleen ingrijpen bij symptomen van hypo’s en hypers, en elke 3 maanden op controle.

Daarna, tijdens de opvolgstudie EDIC, werden alle deelnemers nog regelmatig onderzocht. Maar er was geen splitsing meer tussen intensieve en gebruikelijke therapie, daarin waren mensen weer losgelaten.

Helft minder complicaties

De resultaten waren spectaculair! De deelnemers met de intensieve behandeling bereikten een HbA1c van 53 mmol/mol (7%). Zij hadden maar liefst 40 tot 70 procent minder risico op complicaties dan de mensen met de gebruikelijke behandeling. Die hadden een veel hoger HbA1c, van rond de 75 mmol/mol (9%). Vanaf dat moment werd intensieve behandeling als standaard ingevoerd.

Werkt lang door

De volgende verrassing kwam in 2006. Mensen die in de jaren tachtig gemiddeld 6,5 jaar lang scherp ingesteld waren, hadden daar ruim 10 jaar later nog steeds voordeel van. Ook al was hun HbA1c weer gestegen nadat ze stopten met de intensieve behandeling. Dat heet ook wel metabool geheugen.

De intensief behandelde mensen hadden minder problemen met de kleine bloedvaten, maar ook ongeveer de helft minder kans op hart- en vaatziekten, hartaanval en beroerte. En hoe eerder de bloedsuiker goed onder controle was na de diagnose, hoe kleiner hun latere risico.

Dit onderzoek bewees voor het eerst de kracht van een goed opgezet, langdurig onderzoek.

Het DCCT-onderzoek heeft enorm veel impact op het leven met diabetes type 1 van nu, op het zelfmanagement en begeleiding door een diabetesteam. Het heeft ook duidelijk gemaakt dat het patiënten én behandelaren veel energie kost om de HbA1c-streefwaarde van 53 mmol/mol (7%) te halen. En dan nog blijft het een uitdaging!

Vragen over dit onderzoek?

Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en stel je vraag onder dit artikel!