9 maart 2022. Vandaag is mijn meisje precies 21 maanden oud. Zoals elke woensdag komt mijn schoonmoeder en loop ik, na een dikke kus en knuffel van Nora, de deur uit. 'Dag liefje, tot vanmiddag!' 'Dag mama!' En ik trek de deur dicht.

Toch zit ik een paar uur later bij de huisarts. Met Nora. Ze wil niks eten behalve een lading bananen en heeft weer om de haverklap volle luiers. In de ochtend bel ik de huisarts en zeg ik dat ik het niet vertrouw. De assistente geeft aan dat ze het gaat overleggen en mij terugbelt.

Ondertussen bel ik het Deventer Ziekenhuis. Hier stond Nora al onder behandeling in verband met haar slechte start en traumabevalling. De dame aan de telefoon, die ik tot op de dag van vandaag nog enorm dankbaar ben voor de kracht die zij mij toen gaf, onderbreekt mij en zegt: 'Je gaat nu de huisarts terugbellen en eisen om een afspraak zodat ze je naar ons kan doorsturen’’. Dit doe ik en zo belanden wij bij de huisarts. 

Eenmaal in de kamer van de huisarts controleert zij Nora snel en onrustig. Ze kijkt mij aan alsof ik een overbezorgde moeder ben die teveel op Google kijkt. Dan doet ze een vingerprik bij Nora en ja hoor; het apparaat geeft een H aan. De H van High. Toch doet ze het nog een keer terwijl Nora alles bij elkaar huilt en schreeuwt. Alles zit onder het bloed terwijl ik niet snap hoe dat kan. Het is toch maar een vingerprik?

Ze springt op, gaat terug naar haar kant van het bureau en belt het Deventer Ziekenhuis. Ondertussen zegt ze tegen mij dat ik zo snel mogelijk die kant op moet gaan. Ik sta op, loop in een shock naar de auto en rijd eerst naar huis. Daar pak ik in ieder geval haar luiertas, iets te drinken en eten voor haar aangezien het al kwart voor 4 is. Ik hou rekening met een snelle hap voor haar onderweg (Lees; zakje Ella’s en een knijpfruitje als toetje).

Haar vader is aan het werk en tussendoor bel ik hem en vertel ik hem wat er aan de hand is.  Hij zorgt dat hij buiten op mij wacht, want hij gaat mee.
De hele weg naar Deventer hoor ik mezelf denken; ik wist het. Ik wist het. Ik wist het. In februari hebben wij Corona gehad. Nora had bovenop de Corona ook nog eens de waterpokken. Sindsdien merkte ik dat ze anders was. Ze kon opeens omslaan in haar gedrag en humeur of ze lag als een vaatdoekje op de bank. Ook merkte ik dat ze altijd dorst had en dus veel dronk. Ze werd zelfs boos als ze in een keer een rietjesbeker vol water in een teug op had. Ze wilde meer en meer.  Daarnaast had ze enorm volle plasluiers en daardoor moest ik elke ochtend haar bed verschonen. Maar elke keer als ik de huisarts belde een aangaf dat ik een vermoeden had dat Nora diabetes type 1 zou kunnen hebben, werd ik afgewimpeld door de assistente. Hierdoor twijfelde ik aan mijn eigen moedergevoel en heb ik het elke keer losgelaten.

Er bekruipt me een gevoel dat ik nog herken van haar geboorte. Een gevoel van machteloosheid, woede, schuldgevoel, verdriet en angst. Ik haal een paar keer diep adem en praat mezelf moed in. Ik moet sterk zijn voor mijn zieke meisje. 

In het ziekenhuis worden we direct naar een behandelkamer gebracht en wordt Nora onderzocht. Ze is doodsbang en wilt alleen maar bij mij op schoot zitten. Ze is zelfs zo bang dat ze bij mij op schoot door haar luier heen plast.  

Haar vader leidt haar af met de iPad, liedjes en verhaaltjes maar ze blijft maar huilen en schreeuwen. Er wordt een infuus geprikt in haar hand en er wordt bloed afgenomen. Zoveel buisjes bloed hebben we nog nooit bij een kleintje gezien. Het bloed wordt direct naar het lab gebracht voor onderzoek. Het is nu afwachten. 

We worden naar onze kamer gebracht en na lang aandringen mag Nora eindelijk eten en drinken. Na, wat voor ons een eeuwigheid duurt, komt de arts binnen met de uitslag van de bloedonderzoeken. Voordat de arts maar ook iets zegt, zegt haar blik genoeg. Ik hoor mezelf zeggen: 'Ik had gelijk he?' 'Ja', zegt ze, 'Nora heeft Diabetes type 1...'