'Even bijgepraat' met onderzoeker over diabetes type 1

Redactie van diabetestype1.nl
Redactie van diabetestype1.nl • 10 november 2017
shrine20171109-7405-1gjmo7i.jpg

Arts en onderzoeker Henk-Jan Aanstoot vertelde woensdagavond 8 november over onderzoek naar diabetes type 1. Dat deed hij op de info-avond ‘Even bijpraten’ georganiseerd door het Diabetes Fonds, dit keer in de TU Eindhoven.

Dr. Henk-Jan Aanstoot is kinderarts-diabetoloog en mede-oprichter van Diabeter. Hij gaf op de info-avond 'Even bijpraten' van het Diabetes Fonds een beknopt en toch uitgebreid overzicht van actuele feiten en kennis rond diabetes type 1.

De andere spreker op 'Even bijpraten was dr. Giesje Nefs, zij vertelde over emotionele problemen bij jongeren met diabetes type 1.

Niet alles wat type 1 heet, is type 1

We kunnen tegenwoordig genen in beeld brengen en daardoor diabetes type 1 ook beter en anders behandelen. Steeds duidelijker wordt hoeveel verschillende genetische vormen er zijn van diabetes type 1, waardoor ze in feite geen type 1 zijn. Zo kennen we intussen al de MODY-vormen, maar er zullen er ongetwijfeld meer komen door onderzoek naar genen. Dat betekent straks meer verschillende behandelingen op maat.

Veel misvattingen opgehelderd

Dankzij onderzoek in de afgelopen paar jaar begrijpen we veel meer van diabetes type 1. Enkele belangrijke nieuwe inzichten:

  • Vroeger dachten we dat je bij diabetes type 1 helemaal geen insulineproducerende bètacellen overhield. Nu blijkt dat er wel degelijk cellen overleven, maar dat ze zich schuilhouden voor het afweersysteem. Een grote stap naar genezing zal zijn het opsporen en activeren van de ondergedoken cellen, in combinatie met het bijsturen van het afweersysteem.
  • De bètacellen doen zelf per ongeluk iets waarmee ze de aanval door het afweersysteem uitlokken. Een vergissing door de cellen dus, in plaats van door het afweersysteem. Die vergissing heeft te maken met een foutje tijdens de productie van insuline. Het komt doordat de cellen ‘gestrest’ zijn, doordat ze bijvoorbeeld te maken hebben met een virus.
  • Ook is nu dus echt duidelijk dat virussen een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Kort na de diagnose blijken er soms in de bètacellen nog resten van virussen te zitten. Die hebben bijgedragen aan de ‘bètacelpesterij’, waardoor de cellen van slag raken en de afweerreactie uitlokken.
  • De eerste kleine tekenen van latere complicaties zijn al bij kinderen te zien zijn aan hun bloedvaten. Dat betekent wellicht al vroeg aan de slag met preventieve maatregelen, zoals bepaalde medicijnen.
  • We weten ook dat het veel hebben van hypo’s ook de bloedvaten beschadigt, net als hypers. Maar dat complicaties ook voor een deel te maken hebben met je genen. Dus alweer geldt: onderzoek naar genen en diabetes is belangrijk.

Tot er genezing is: betere behandeling

Voordat er hopelijk over een aantal jaar echt genezing komt voor diabetes type 1, moet de behandeling zo veel mogelijk verbeteren. Bij Diabeter betekent dat bijvoorbeeld meer contact houden via e-health, en nieuwe inzet van medicijnen om de bloedsuiker beter te behandelen. Bijvoorbeeld medicijnen die er nu zijn voor mensen met diabetes type 2 maar die ook nut hebben bij diabetes type 1, om glucose uit te plassen. En de toepassing van inhaleerbare insuline, zodat je niet hoeft te spuiten. Binnen enkele jaren zal ook de kunstalvleesklier een feit zijn voor grote groepen mensen.

Lopend onderzoek

Naast kinderen en jongeren met diabetes type 1 behandelen, werkt Diabeter ook aan onderzoek. Met spanning wordt nu bijvoorbeeld gewacht op de verdere resultaten van het D-Sense-onderzoek van Bart Roep, waar Diabeter aan meewerkt. De eerste tussenresultaten geven goede hoop.

Een van de andere onderzoeken is het onderzoek naar ‘biomarkers’. Daarbij verzamelen ze veel gegevens en lichaamsmateriaal. Want ze willen nagaan: wat zijn de succesfactoren om gezond oud te worden met diabetes? Zo weten we dat mensen die nog een snufje eigen insuline maken, daardoor betere bloedsuikers hebben en daardoor minder kans op complicaties. Diabeter gaat verder uitzoeken wie dat zijn en hoe dat komt, samen met andere instellingen. Ook is gebleken dat de insulineproductie bij mensen lang niet altijd na 1 jaar stopt. Soms maken mensen na 40 jaar zelfs opeens weer wat insuline aan.

Er wordt ook verder gekeken naar ‘intranasale’ glucagon, via een neusspray. Zodat je bij laag zitten misschien gewoon een pufje kan nemen in plaats van altijd iets te moeten eten.

Hoop voor de komende jaren

Henk-Jan is optimistisch voor de komende jaren. Het zou hem heel erg verbazen, zei hij, als niet binnen 3 jaar in Nederland de techniek zo ver is dat het leven een stuk makkelijker is, en dat bijvoorbeeld sensorvergoeding geen discussiepunt meer is.

Hoe zit het met de hoop op genezing? Die vraag kwam na afloop uit het publiek. Er is zeker hoop, antwoordde Henk-Jan. ‘De eerste mensen zijn genezen, maar het is nog zo’n zware behandeling dat je er dood aan kan gaan. Dus we zijn nu als het ware met een schroevendraaiertje in een grote stoppenkast aan het kijken hoe we de kortsluiting niet kunnen raken. Of genezing over 7, 8 of 4 jaar komt, dat weet ik niet. Maar we gaan er komen. Het is niet meer de vraag óf het kan, maar wanneer.’

Op de hoogte blijven?

Ontvang elke 2 weken nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!