Vanaf 20 oktober 2022 worden geen nieuwe (nieuws)artikelen aan deze community toegevoegd. Lees hier meer.

Wil je op de hoogte worden gehouden van het laatste nieuws over diabetes type 1? Meld je dan nu aan voor de nieuwsbrief E-dialoog type 1 van het Diabetes Fonds.

 

Aanmelden nieuwsbrief Naar nieuwsbericht

Tijdens een publieksbijeenkomst van RegMed XB in het Philipsstadion sprak Rens Vandeberg van het Diabetes Fonds met prof. dr. Eelco de Koning en dr. Aart van Apeldoorn. Samen met het publiek gingen ze in gesprek over hun onderzoek: nieuwe bètacellen die insuline maken. Je leest hier een kort verslag van de vragen die zijn beantwoord.

Er wordt gewerkt aan diabetescellen die ingepakt worden. Wat houdt deze ambitie in?

Eelco de Koning: “Misschien ken je de uitspraak van John F. Kennedy: ‘We moeten mensen op de maan hebben.’ De ambitie was er, maar we hadden nog geen idee hoe. Zo moet je eigenlijk de diabetes-moonshot zien. De afgelopen 100 jaar was insuline altijd de oplossing. Maar je wil naar een echte oplossing: de kapotte cellen vervangen. Hiervoor zijn cellen nodig en een manier om de cellen in te brengen.”

Aart van Apeldoorn: “We willen het device (implantaat) waar al aan gewerkt was, naar een hoger niveau brengen. Daar zijn veel stappen voor nodig. Hoe implanteer je het? Hoe stop je de cellen in een device?”

Volgend jaar zijn de eerste testen op mensen gepland. Kun je hier wat meer over vertellen?

Eelco de Koning: “Onderzoek gaat met kleine stappen. We gaan nu testen wat er gebeurt als zo’n device in het lichaam van mensen wordt geïmplanteerd. Is het veilig en wordt het geaccepteerd door het lichaam? Hier worden nog wel echte donorcellen voor gebruikt. Nog geen ontwikkelde cellen uit stamcellen.”

Wat is de reden dat er een device wordt gebruikt?

Aart: “De belangrijkste reden om een device te gebruiken voor de cellen is veiligheid. Door een device te gebruiken, kunnen de cellen teruggehaald worden als dat nodig is. Zo wordt voorkomen dat er iets misgaat.

En het blijkt dat de cellen beter gaan werken als je ze in een implantaat stopt. In het implantaat kunnen ook bloedvaten groeien. En zo komt er zuurstof binnen. De cellen kunnen daardoor beter samenwerken met elkaar.”

Hoe kom je aan de cellen?

Eelco de Koning: “Nu zijn dit nog donorcellen, maar we willen een ongelimiteerde bron van cellen. Dit zijn cellen uit stamcellen die insuline produceren. Hier kun je heel veel cellen van maken. Als de veiligheid goed blijkt, kun je hiermee veel meer mensen bereiken.

Er is een enorm tekort aan donoren van cellen. Daarom is het ontwikkelen van cellen uit stamcellen die insuline produceren erg belangrijk.”

Hoe zorg je ervoor dat de ingebrachte cellen die insuline produceren niet opnieuw door het afweersysteem van mensen met type 1 worden aangevallen?

Eelco de Koning: “We zien het bijna niet voorkomen dat alleen de insulineproducerende cellen worden aangevallen bij reguliere transplantaties. Om twee redenen. Er wordt medicatie gebruikt die de afstoting remt. En de opmaak van cellen van een ander zijn anders. Daardoor stoot je lichaam deze minder makkelijk af.”

Hoe zorg je ervoor dat het device in de mens terecht komt?

Aart van Apeldoorn: “Voordat we een device mogen toepassen op de mens, zijn preklinische studies nodig. Hierbij wordt het device in proefdieren ingebracht (ratten en varkens). Zo kunnen we zien hoe het device functioneert. Of alles doet wat het moet doen. En of de bètacellen zich goed gedragen.

Er zijn heel veel verschillende stappen die gemaakt worden om uiteindelijk hopelijk te komen tot een klinische toepassing.”

Aan welke eisen moet het device voldoen? Kan het bijvoorbeeld makkelijk worden ingebracht?

Aart van Apeldoorn: “Ja. En we hebben gekeken hoe we zoveel en zo efficiënt mogelijk cellen in het device kunnen stoppen, zonder dat ze elkaar gaan tegenwerken. De cellen hebben namelijk ook voedingsstoffen nodig, onder andere zuurstof.

Er moet nog veel gebeuren, maar er wordt altijd gekeken naar de beste en kortste route om zoveel mogelijk mensen te helpen.”

Er zijn cellen en er zijn devices. Dus waarom brengen we het niet gewoon in bij de mens?

Eelco de Koning: “Die gedachte begrijp ik. Je hoort soms dat de oplossing dichtbij is. U hoort nu dat we kleine stapjes maken. Maar jaren geleden gebruikten we alleen maar cellen uit donoren. Nu maken we dagelijks insulineproducerende cellen, ook in het weekend.

Als je me 5 jaar geleden had gevraagd: zou je zoveel insulineproducerende cellen maken? Dan zou ik zeggen: dat wil ik wel, maar of dat zou lukken, geen idee. Waar we nu naar toe willen werken is dat we de stamceleilandjes in het device kunnen brengen.”

Bij RegMed wordt met veel onderzoekers samengewerkt. Wordt de kennis van jullie onderzoek gedeeld met onderzoekers die andere auto-immuunziekten onderzoeken?

Eelco de Koning: “Dat wordt binnen mijn onderzoeksgroep gedaan, waar onderzoek gedaan wordt naar de ziekte van Addison. We werken ook samen met buitenlandse onderzoekers. Die focussen op ontwikkeling van andere cellen. Zoals in onderzoek naar parkinson of netvliesschade.”

De wens is dat het device lang in de mens zal werken, bijvoorbeeld 1,5 jaar. Waarom wordt er niet ook ingezet op een kortere periode? Bijvoorbeeld 1 keer per maand.

Aart van Apeldoorn: “We willen graag dat het lang meegaat. Is dat reëel? Dat weten we niet. Daar is nog geen onderzoek naar gedaan. We weten wel dat de cellen niet voor eeuwig leven. Maar dat is bij reguliere cellen ook niet zo.”

Zijn er al gesprekken met zorgverzekeraars?

Eelco de Koning: “Eilandjestransplantaties worden vergoed via het ziekenhuis in Leiden. Toekomstige ontwikkelingen moeten zich eerst bewijzen. Onder andere op veiligheid en effectiviteit. Als het zich bewijst, kunnen we in gesprek met zorgverzekeraars.”

Aart van Apeldoorn: “Daarom is deelname aan een enquête zo belangrijk. Daarmee kunnen we laten zien dat er behoefte is vanuit de patiënten voor een nieuwe behandeling.”

Wie wordt er als eerste geholpen als het device en de cellen werken?
Eelco de Koning: “Als eerste zullen de mensen geholpen worden bij wie de impact van diabetes het grootst is (veel schommelingen, complicaties en ziekenhuisopnames).”

Hoe ingrijpend is het om zo’n implantaat te plaatsen?

Aart van Apeldoorn: “Dat hangt af van de locatie. Het implantaat dat gemaakt wordt is heel dun, 0,5mm. Eerst dachten we eraan om het onder de huid in te brengen. Maar daar blijkt het immuunsysteem meer actief en lijkt het voor de langere termijn niet de beste plek.

Daarom denken we er nu aan om het tussen twee spierlagen in te brengen. Dat is iets dieper en onzichtbaar. Hierbij moet je wel dieper de huid in. Maar we willen dat het device zo klein en dun mogelijk is. Het device is ook flexibel: het kan binnen 10 minuten worden ingebracht.”

Veel mensen willen het implantaat volgens enquête

In een voorlopige uitkomst van een enquête onder 273 patiënten, zegt 96% het implantaat te willen krijgen. Ruim de helft daarvan wil dat zelfs al als deelnemer van een studie.

De meeste mensen willen dat het implantaat genezing brengt (38.1%). Ook veel mensen willen dat het implantaat ervoor zorgt dat er geen hypo’s en hypers meer zijn (31.5%).

Er komen nog meer ingevulde enquêtes binnen. Resultaten daarvan kunnen we op een later moment delen. 

Op de hoogte blijven?

Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en ontvang regelmatig nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn.