Diabetes type 1 en je huid

Redactie van diabetestype1.nl • 15 December 2016
down20161230-20778-1akvuid.jpg

Diabetes type 1 kan allerlei huidklachten geven. Daar zijn verschillende oorzaken voor: spuitplekken, reacties op pleisters van hulpmiddelen, maar ook doorbloedingsproblemen, zenuwschade en infectiegevoeligheid.

Doordat je met diabetes type 1 veel prikt en spuit, krijgt je huid het zwaar te verduren op die plaatsen. Ook kan je huid reageren op de lijm van pleisters van bijvoorbeeld glucosesensoren. Maar door diabetes kun je ook andere huidproblemen krijgen. Die hebben bijvoorbeeld te maken met doorbloedingsproblemen na jarenlange diabetes. Ook ben je met diabetes wat gevoeliger voor infecties, en dat kan ook meespelen. 

Welke huidklachten zijn er bij diabetes type 1?

  • vetophoping op spuitplekken
  • droge huid
  • schimmelinfecties
  • dikkere huid
  • verkleuringen of juist minder pigment
  • suikerplekken op de huid
  • jeuk en contacteczeem bij gebruik van hulpmiddelen

Wat zijn spuitplekken?

Veel mensen met diabetes type 1 hebben te maken met spuitplekken. Spuitplekken zijn lang niet altijd zichtbaar. Soms zijn ze alleen te herkennen door zorgvuldig te voelen. Volgens een grote studie met gegevens uit meerdere landen heeft ongeveer een derde van de mensen met diabetes type 1 last van spuitplekken.

De plekken worden ook wel lipo’s genoemd. Ze kunnen voorkomen in twee soorten: lipohypertrofie en lipoatrofie.

Lypohypertrofie

Lypohypertrofie komt het meeste voor. Je krijgt dan een ophoping van vetweefsel op een plek waar je vaak hebt gespoten. Het kunnen ook littekens zijn van het spuiten of een combinatie van die twee. De plekken kunnen dikke, harde bulten worden, soms donker van kleur. Er zitten minder bloedvaatjes in. De insuline wordt daarom minder goed opgenomen.

Lipoatrofie

Bij lipoatrofie verdwijnt het vetweefsel en kun je putjes of kuiltjes krijgen. Lipoatrofie is een veel zeldzamere aandoening van lipohypertrofie. Het komt gelukkig ook steeds minder voor, door betere insuline en door gebruik van een pomp.

Ik heb spuitplekken, wat nu?

Sommige mensen blijven spuiten in een spuitplek, omdat dat de minst gevoelige plek is om te prikken. Maar omdat je dan meer insuline nodig hebt en meer kans hebt op schommelingen is het geen goed idee.

Wat moet je wel doen? Laat de plekken net zo lang met rust - dus spuit er niet meer in - totdat de plek volledig is verdwenen. Dit kan weken, maanden of zelfs een jaar duren. Ernstige spuitplekken gaan niet vanzelf weg en zijn alleen weg te halen met een operatie.

Hoe kun je spuitplekken voorkomen?

Het is natuurlijk beter om spuitplekken te voorkomen, omdat de insuline op die plek minder goed wordt opgenomen. Daardoor kunnen je bloedsuikers meer gaan schommelen. Lees hier de richtlijnen voor goed spuiten. Met de juiste spuittechniek en het afwisselen van de plekken, kun je de kans op spuitplekken een stuk kleiner maken. Vraag ook advies aan je diabetesverpleegkundige.

Wat zijn suikerplekken?

Suikerplekken zijn iets anders dan spuitplekken. Ze hebben namelijk niets te maken met de plek waar je spuit, maar wel met het effect van diabetes op je bloedvaten.

Suikerplekken zijn ovale rode plekken van een halve tot één centimeter, die vooral op de scheenbenen zitten. Ze kunnen gaan schilferen en verdwijnen daarna. Soms blijft er dan een bruine vlek zitten. Waarschijnlijk ontstaan suikerplekken doordat kleine bloedvaatjes op den duur worden beschadigd door diabetes.

Huidirritatie door gebruik van pomp of sensor

Veel diabeteshulpmiddelen zitten vast aan je lichaam, zoals insulinepompen en glucosesensoren. Maar de lijm van patches (pleisters) en naaldjes kunnen de huid irriteren. > Meer over deze problemen lees je in dit onderzoeksartikel

Op de hoogte blijven?

Ontvang regelmatig nieuws over diabetes type 1 per e-mail, met alleen artikelen die voor jou interessant zijn. Maak eenvoudig in 1 minuut een account aan en geef je interesses aan!

Beeld: Shutterstock