Een jaar geleden kreeg ik te horen dat ik was geslaagd voor mijn eindexamens en was ik klaar voor een avontuur. Samen met een vriend wilde ik een roadtrip maken met als eindbestemming Portugal, waar we met nog meer vrienden onze examenreis zouden vieren. Dit was mijn eerste reis sinds corona en de eerste serieuze reis ooit zonder mijn ouders of begeleiding van school. Om het extra spannend te maken besloten we om deze reis liftend af te leggen met een totaal budget van nul euro. De reis planden wij zo uitgebreid mogelijk. We keken welke afstanden haalbaar zouden zijn op een dag, waar we zouden kunnen slapen, en welke spullen we allemaal mee moesten nemen. Daarbovenop kwam er wel nog een dingetje bij, want ik moest ook rekening houden met mijn diabetes.

Normaal gesproken kan ik prima omgaan met mijn diabetes. Zonder er al te veel bij stil te hoeven staan, lukt het mij meestal om mijn bloedsuikerwaardes enigszins onder controle te houden. Daarom maakte ik mij ruim voor de reis ook niet echt druk hierover. Toen ik de laatste dagen voor de reis aan het aftellen was, begon ik mij eigenlijk toch wel zorgen te maken. Hoe zorg ik ervoor dat ik genoeg spullen meeneem? Wat als mijn tas wordt gestolen? Wat als mijn insuline beschadigd raakt door de hitte? En wat moet ik doen als het ver van huis toch opeens fout gaat? Al deze vragen en angsten hebben mij heel erg laten twijfelen of deze reis eigenlijk wel voor mij bestemd was, en of ik misschien beter samen met mijn andere vrienden gelijk naar Portugal zou moeten vliegen. In die tijd heb ik ook met veel familie en vrienden gepraat over deze angsten. Iedereen begreep mij heel goed en probeerde ook met mij mee te denken over hoe ik deze reis toch met iets meer rust in mijn hoofd zou kunnen doen.

Wat volgens mij bij velen een vraag is bij iedere reis, of je nou een weekendje gaat of een maand, is hoeveel extra spullen je mee moet nemen. Ik heb dit een keer een beetje onderschat, waardoor ik bijna zonder insuline kwam te zitten. Sindsdien zorg ik ervoor dat ik altijd ruim voldoende spullen meeneem. Bij korte reizen is dit vaak tweemaal wat ik verwacht te gebruiken, maar bij langere reizen zoals deze vind ik 1,5x meestal ook genoeg. Wat ik daarnaast ook altijd doe, is het meenemen van een extra insulinepen (kort- en langwerkend) en een glucosemeter. Ik gebruik zelf een pomp en sensor, waarbij ik recht heb op het meenemen van een reservepomp op vakantie. Maar in het geval dat er dan toch iets misgaat, kan ik dan altijd nog terugvallen op de ‘ouderwetse’ methode.

Vooral tijdens het liften, maar ook op normale reizen, loop je altijd een heel klein risico dat je je tas verliest. Dat is normaal gesproken al enorm balen, maar al helemaal als daar je life support in zit. Om te voorkomen dat ik plotseling volledig zonder insuline zou komen te zitten, hadden wij daarom alle diabetesspullen gelijk over de tassen verdeeld. Mocht een van de tassen plotseling verdwijnen, dan zou ik in ieder geval nog genoeg voorraad hebben om naar huis te vliegen, of te wachten totdat iemand extra opstuurt.

Wij vertrokken vorig jaar in juni, precies tijdens een hele warme periode. Toen ik op de tweede dag door Parijs liep met 34 graden, begon de angst dat mijn insuline beschadigd zou raken opeens meer binnen te dringen. We waren van plan om de volgende dag naar Lyon te liften met dezelfde hoge temperaturen, met een kans dat we gestrand in ons tentje aan de kant van de snelweg zouden belanden. Op dat moment besefte ik ook dat de rest van de reis niet anders zou zijn en begon ik opnieuw te twijfelen of dit avontuur voor mij weggelegd was. Na ruim een uur overleggen met mijn ouders, besloot ik om de reis voort te zetten. Ik bedacht dat ik nog altijd in Europa was en dat ik op vrijwel ieder moment een apotheek met insuline kon vinden of worst-case naar huis zou kunnen vliegen. Bovendien was de koeltas die ik gebruikte (Frio) wel bestemd voor deze temperaturen, dus het zou sowieso wel goed moeten komen. Om mij nog iets meer gerust te stellen, namen we op die warme dag maar de bus naar Lyon, in plaats van dat we gingen liften.

Het budget van nul euro was natuurlijk heel beperkend, maar het gaf mij wel een reden om bij winkels te vragen om suiker, meestal in de vorm van een fles drinken. Vrijwel iedereen waar ik het aan vroeg, werkte hier aan mee, zeker nadat ik zei dat ik het nodig had voor mijn diabetes. Hierdoor had ik in mijn rugzak altijd wel drinken voor hypo’s. Daarnaast had ik ruim voldoende dextro mee, voor het geval dat ik geen alternatief had.

Naarmate de reis verliep, begonnen mijn angsten steeds meer te verdwijnen. Ik realiseerde steeds meer dat deze reis eigenlijk heel goed te doen was met diabetes. Ik heb tijdens deze reis heel veel geleerd over mijzelf en mijn grenzen, en vooral dat ik eigenlijk veel meer in staat was dan dat ik voorheen dacht. Ik heb in de 10 dagen dat het duurde om in Portugal gekomen enorm veel leuke mensen leren kennen en misschien wel belangrijker, geen enkele euro hoeven uit te geven, dankzij lieve mensen die ons eten, transport en onderdak boden. Ik wil iedereen meegeven dat hoewel angsten, al dan niet te maken met diabetes, bijna nooit een reden zouden moeten zijn om je te weerhouden van je dromen en dat je, eventueel met wat voorzorgsmaatregelen, deze dromen altijd moet durven volgen.